|
|
1. ALGEMENE EN THEOLOGISCHE BASIS
1.1. Judaïca D. Rouges
Leerdoelen. De studenten maken kennis met de eigen geschiedenis van het jodendom, van vroeger tot nu. Dit is ook voor ons belangrijk omdat de christelijke kerken zich in de geschiedenis probeerden te definiëren door zich af te zetten tegen het Jodendom. Meer dan ooit – o.a. door het vandaag ter beschikking staan van eigen Joods materiaal in literatuur en websites - komt het Jodendom nu zelf in het zicht. De studenten maken kennis met de waarden van het jodendom eigen gemaakt na de lange bewogen geschiedenis, waarin men ondanks alles trouw aan de bijbel wilde blijven. De studenten bevragen het eigen christelijk geloven door zich te laten toetsen door een andere manier van omgaan met de bijbel. Het kan ons helpen om dieper te graven.
a. Inhoud. Volgende onderwerpen komen aan bod: In het A-jaar: - De politieke geschiedenis van de bijbel. - Hoe groeit het jodendom? - De groepen in het jodendom. - De praktische regeling van het jodendom in België. - Kennisname van de bibliografie. - De eigenheid van het Hebreeuws. In het B-jaar : - Het liturgisch jaar met de kalender van feest- en treurdagen. - Een leven trouw aan de thora.
b. Didactische werkwijze. Hoorcollege met mogelijkheid tot gesprek over het thema. Bezoek in het A-jaar aan een synagoge, met uitleg van de rol in de geschiedenis, de functie en de symboliek van het gebouw, met nabespreking.
c. Leermiddelen. In het A-jaar: HIPGO-cursus en K.A.D. Smelik: ‘Herleefde Tijd. Een joodse geschiedenis’, Acco, Leuven, 2004. In het B-jaar: A. van der Heide: Het Jodendom, Kok, Kampen, 20053 W. Zuidema: ‘Gods Partner’, Ten Have, Baarn, 19926. S. Brachfeld: ‘Onze joodse buren’, Houtekiet, Antwerpen, 2000.
d. Evaluatie. A-jaar: een mondeling examen over de cursus en het boek van prof. Smelik, met evaluatie van een eigen derde bron van informatie. B-jaar: een mondeling examen over de inhoud van de boeken van dr. Zuidema en dr. van der Heide en over de besproken thema’s.
1.2. Oude Testament. P. Beukenhorst
a. Leerdoelen. Het hoofddoel is inzicht verwerven in de ‘eigen’ structuur van het Oude Testament (Tenach = Tora – Nevi’im – Ketubim) en in de blijvende boodschap van het Oude Testament voor mensen vandaag.
b. Inhoud. Met de volgende onderwerpen aangaande het Oude Testament wordt kennisgemaakt: - Een overzicht van de inhoud van de oudtestamentische boeken met een analyse van enkele markante hoofdstukken. - De verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament. - De achtergrond van de canon van het Oude Testament. - Een kennismaking met het Hebreeuws. - Het eigen karakter van de ‘geschiedenis’ en de ‘aardrijkskunde’ van Israël. - Het wetenschappelijk onderzoek van het Oude Testament. - Het aanleren van enkele liederen.
c. Didactische werkwijze. Hoor- en discussiecollege.
d. Leermiddelen. HIPGO-cursus OT van de lector, samengesteld uit divers materiaal (boeken, tijdschriften, eigen geschreven materiaal) en de bijbel. Literatuurlijst o.a. ‘Wat na de Tora kwam: Rabbijnse literatuur van Tora tot Kabbala‘, R.C. Musaph-Andriese, Ten Have, Baarn. ‘Inleiding in het Oude Testament: deel 1-3’, M.G.C. Vervenne & H. Jagersma, Kok, Kampen.
e. Evaluatie. Na ieder jaar schriftelijk of mondeling examen over de leerstof.
1.3. Nieuwe Testament D. De Waele a. Leerdoelen. Het doel is inzicht verwerven in de wijze waarop de geschriften van het Nieuwe Testament gegroeid zijn rondom de persoon van Jezus Christus en dit tegen de politieke, sociale en religieuze achtergrond van die tijd.
b. Inhoud. - Geschiedenis: de Perzische, hellenistische en Romeinse periode. - Religieus en sociaal leven in Palestina en in de Grieks-Romeinse wereld. - Ontstaan en groei van de nieuwtestamentische geschriften en canon. - Zoektocht naar de historische Jezus (kindheidsverhalen, zending, houding t.o.v. de joodse wet, Jezus als messias). c. Didactische werkwijze. Hoor- en discussiecollege.
d. Leermiddelen. - Bijbel - HIPGO-cursussen NT: De wereld van het Nieuwe Testament, De geschriften van het Nieuwe Testament, Jezus de messias, De geschriften naast het Nieuwe Testament. - ‘Als dit uit de hemel is …’, P.J. Tomson, Folkertsma, Stichting voor Talmudica. - ‘Social Aspects of Early Chritianity’, A.J. Malherbe, Philadelphia.
f. Evaluatie. Na elk cursusjaar een schriftelijk examen of taak over de leerstof.
1.4. Hermeneutiek. D. Wursten
a. Leerdoelen. Ontdekken dat van de woorden van een zin naar de zin van de woorden een lange weg loopt waarop allerlei historische, levensbeschouwelijke en persoonlijke factoren een rol spelen.
b. Inhoud. Van de woorden van een zin naar de zin van de woorden. - Kort overzicht van de oudkerkelijke en reformatorische opvattingen over de verschillende niveau’s van de uitleg van een geïnspireerde tekst. - Door middel van enkele voorbeelden uit de kerkgeschiedenis wordt duidelijk gemaakt hoe de boodschap (betekenis, waarheid) van een tekst mede bepaald wordt door de historische omstandigheid waarin de uitleg van die bepaalde tekst plaatsvindt.
c. Didactische werkwijze. Hoorcollege, leergesprek, gezamenlijke tekstlezing en groepsgesprek.
d. Leermiddelen. HIPGO-cursus (teksten uit verschillende bronnen en de bijbel). Hermeneutisch overzicht: ‘Sleutel en slot’, H.W. De Knijff, Kok-Kampen 1980. ‘Woorden tegen willekeur’, H.W.De Knijff, Kok-Kampen, 1989. ‘Einführung in die Hermeneutik’, E.Seiffert, Tübingen, 1992.
e. Evaluatie. Mondeling examen over de leerstof op grond van de colleges (syllabus)en literatuur, en twee daarbij aansluitende, zelf te bestuderen artikelen.
1.5. Geloofsleer E. Van der Borght
a. Leerdoelen. Inzicht verwerven in de belangrijkste thema’s van de christelijke geloofstraditie die, op basis van de bijbelse verkondiging, vorm gekregen hebben binnen de protestants-christelijke traditie.
b. Inhoud. De volgende vragen staan hierbij centraal:
- Wie of wat bedoelen we als we over ‘God’ spreken? - Wat zeggen we in feite als we God ‘Schepper’ noemen? - Waarom belijdt de christelijke kerk dat Jezus van Nazareth de ‘Zoon van God’ is ? - Wat is de betekenis van de Heilige Geest? - Wat is het belang van de christelijke geloofsgemeenschap? - Wat is de inhoud van de christelijke leer over ‘ de laatste dingen’? - Wat bedoelen we als we de bijbel ‘het Woord van God’ noemen?
c. Didactische werkwijze. Als voorbereiding opgegeven delen lezen die tijdens de colleges besproken worden.
d. Leermiddelen. ‘Christelijke Theologie. Een introductie’, Alister McGrath, Kampen (Kok), 1997, 2de druk of later. ISBN 90 242 7803 1. ‘Christelijk geloof’, Dr. H. Berkhof, Callenbach, Nijkerk.
e. Evaluatie. Deel 1: een mondeling openboek examen. Deel 2: een scriptie op basis van een vergelijking van een bijbelgedeelte in diverse kinderbijbels.
1.6. Filosofie D. Wursten
a. Leerdoelen. Kennismaken met de filosofie en oefenen in filosoferen.
b. Inhoud. Kennismaking:- Een algemene inleiding: ‘wat is filosofie?’ en ‘waartoe dient filosofie?’ - Geschiedenis van het ontstaan van de filosofische vraag en de ontwikkeling ervan tot aan Socrates. Oefenen: - Schematisch overzicht van de ‘vragen’ die in de filosofie aan de orde komen en de verschillende wijzen waarop deze behandeld werden en worden. - Samen lezen en bespreken van enkele korte filosofische/ethische teksten.
c. Didactische werkwijze. Hoorcollege, leergesprek, gezamenlijke tekstlezing en groepsgesprek.
d. Leermiddelen. Gekopieerde overzichten en filosofische teksten. ‘Geschiedenis van d filosofie’, H.J.Störig (2delen, Prisma). ‘Beknopte geschiedenis van de wijsbegeerte’, B.Delfgaauw & F.van Peperstraten. ‘De wereld van Sofie’, J.Gaarder, Antwerpen, 1994.
e. Evaluatie. Mondeling examen over de leerstof en ‘Over nut en nadeel van het denken voor het leven’, Konrad Paul Liessmann, Lemniscaat 1999.
1.7. Ethiek J. Wiersma a. Leerdoelen. Kennismaken met de christelijke ethiek (is ‘dienen’ het proprium van bijbelse/christelijke ethiek?) en onderscheid leren maken tussen meta-ethiek, normatieve en praktische ethiek. Kennis verwerven van het ethisch vocabulaire (waarde en norm, neiging en plicht, imperatief en wet, zijn en moeten e.d.). Inzicht verkrijgen in verschillende ethische benaderingen, zoals utilisme en postmodernisme.
b. Inhoud. Inhoudelijk worden de doelstellingen verwezenlijkt aan de hand van: - werk van Dietrich Bonhoeffer, - gerechtigheid als casus (de bijbel over gerechtigheid en gerechtigheid volgens het neoliberalisme), - ‘Europa’: economisch continent of nieuwe waardengemeenschap in de maak?
c. Didactische werkwijze. De lector geeft steeds een (korte) introductie, leest teksten met de studenten, behandelt een casus (bijvoorbeeld uit de gezondheidszorg) en leidt de discussie.
d. Leermiddelen. Teksten uit bijbel, boek, artikel, video, bord, werkoefeningen en ervaringen van de studenten. ‘De Bergrede. Steunpunt van de vrijheid’, M. den Dulk, Meinema, Zoermeer, 2001. ‘Christelijke ethiek. Een inleiding met sleutelteksten’, G.G. de Kruijf, Meinema, Zoetermeer, 1999. ‘Odyssee van de vrijheid. Ethiek voorbij de tweespalt’, Jurjen Wiersma, Damon, Budel, 2001. ‘Goede machten. Ethiek in een boze en broze wereld’, Jurjen Wiersma, Damon, Budel, 2004. ‘Een wiel dat draait. Ethiek en identiteits(her)vorming’, Jurjen Wiersma, Skandalon, Vught 2007.
e. Evaluatie. 1° Een persoonlijk verslag door elke student over de leerroute die werd afgelegd. 2° De student krijgt een casus mee en de opdracht om deze ethisch te belichten, waarna bespreking volgt in de groep.
1.8. Kerkgeschiedenis J. van den Berg
a. Leerdoelen. De studenten ontdekken dat geschiedenis hen plaatst in een proces waarin ze zelf betrokken zijn en waarin zij de leerlingen zullen betrekken. Geschiedenis is verleden, maar speelt zich in het heden af. De studenten ontdekken de historische mechanismen.
b. Inhoud. De geschiedenis van het christendom. Niet zozeer de inhoud met data en feiten, maar wel het gebeuren vormt de inhoud. De drie grote periodes worden behandeld: - de Latijnse periode of de geschiedenis tot aan de Reformatie, - de Reformatie: het ontvoogdingsproces van de 16e eeuw waarin de kerk haar plaats heeft, - het Protestantisme in onze streken.
c. Didactische werkwijze. Schrijven is niet het belangrijkste, luisteren en meewerken wel.
d. Leermiddelen. De cursus is een inleiding op wat er in boeken en publicaties te vinden is. De student mag haar/zijn boek kiezen en voorstellen als werkbasis. ‘De kerk van alle tijden. Verkenning in het landschap van de kerkgeschiedenis’, L. Praamsma, Franeker.
e. Evaluatie. De student kiest zelf een onderwerp uit de geziene stof, waarover een mondeling examen wordt afgenomen. Het doordenken van de geschiedenis staat centraal.
1.9a Maatschappelijke Stromingen. E. Delen.
a. Leerdoelen. De studenten verwerven inzicht in de voorgeschiedenis en de actuele invulling van de grote sociaal-politieke bewegingen en passen dit inzicht toe op hun persoonlijke situatie.
b. Inhoud. Volgende themata komen aan bod: - Een oriëntatie in het begrippenkader van het politieke denken. - Een bespreking van de grote maatschappelijke ideologieën - Religie en politiek.
c. Didactische werkwijze. Hoorcollege met citaten en documentatie, keergesprek en groepswerk.
d. Leermiddelen. Syllabus van de lector. Artikels, teksten en video. ‘Grondbeginselen der sociologie’, H. De Jager/A.L. Mok, EPN, 1999.
e. Evaluatie. Mondeling examen over de leerstof, met nadruk op het gedachtengoed, niet op feitenkennis.
1.9b Wereldgodsdiensten. Gastlectoren.
De studenten maken kennis met de verschillende levensbeschouwingen die zij in onze samenleving ontmoeten. Zij bevragen en ontdekken de grondregels met het oog op een zinvol omgaan met deze verschillende levensbeschouwingen.
Volgende wereldgodsdiensten komen aan bod : - Niet-confessionele zedenleer - Evangelische stromingen - Rooms Katholieke Kerk - Islam - Oosters Orthodoxe Kerk
Schriftelijke taak en lectuur over de wereldgodsdiensten.
1.10. Interculturele Theologie en Oecumene. H. Vogelaar.
a. Leerdoelen. De studenten maken kennis met en bestuderende interacties tussen de diverse christelijke tradities, de contextuele en interculturele theologie.
b. Inhoud. Volgende thema’ komen aan bod: - De historische en actuele historische processen in het perspectief van de eenheid en de vernieuwing van kerk en wereld. - De hoofdlijnen van de geschiedenis van de oecumenische beweging in de 20e eeuw en de interkerkelijke dialoog en samenwerking. - De communicatie van het evangelie in de 6 continenten en de interactie van ervaringen en visies van kerken in verschillende delen van de wereld. - Er wordt gefocust op de theologie uit het Zuiden, in het bijzonder op door vrouwen ontwikkelde vormen van theologiseren.
b. Didactische werkwijze. Hoorcollege, leergesprek en groepswerk.
c. Leermiddelen. Reader en video, lijst met aanbevolen literatuur. ‘Oecumene als leerproces’, B .Hoedemaker, A. Houtepen, T. Witvliet, Zoermeer, 1993. ‘De Wereldraad van Kerken en de oecumenische beweging’, Averbode, 1999. ‘Verandering van geloofsinzicht’, M.E. Brinkman, Zoetermeer, 2000.
d. Evaluatie. Een schriftelijke taak (n.a.v. de colleges en de literatuur) en een lesvoorbereiding over een oecumenisch, missionair of diaconaal onderwerp.
|
|
Last modified: 01/15/10 HIPGO-vcgo vzw, Gen. De Ceuninckstraat 65, 2800 Mechelen |