|
|
|
3. PASTORAAL-KERKELIJKE RICHTING
3.1. Pastoraat S. Ketelaar
a. Leerdoelen. Kennismaken met een aantal aspecten uit de theologische bezinning op het denken omtrent de professionele aanpak van het pastoraat.
b. Inhoud. Volgende onderwerpen worden besproken: - Pastoraat in het licht van het Evangelie. - Functies van pastoraat als hulpverlening. - Het pastoraal optreden. - Het pastoraal optreden als agogische situatie. - Theologische en praktische implicaties van de navolging van Jezus.
c. Didactische werkwijze. De opgegeven onderwerpen lezen en bespreken. De theorie wordt toegepast en kritisch besproken tijdens de stages.
d. Leermiddelen. Verschillende artikels en delen van boeken, die tijdens de cursus worden opgegeven. ‘Pastoraat als hulpverlening’, Dr.G. Heitink, Kok, Kampen. ‘Weerbarstig landschap – fasen van een mensenleven’, Kees Hermis, Narratio, Den Haag, 1992
e. Evaluatie. Na elk cursusjaar een mondeling examen over de opgegeven literatuur. Uitwerken en bespreken van de stageopdrachten
3.2. Eredienst/gemeenteopbouw D. Wursten
a. Leerdoelen. De studenten kunnen een kerkdienst (preek en liturgie) op een systematische wijze voorbereiden en evalueren met behulp van objectieve criteria. Zij hebben zicht op de weg tussen exegese en preek en kunnen daarbij inzichten uit de communicatiewetenschap toepassen. De studenten zien het belang in van vormingswerk voor de geestelijke groei van de gemeente en kunnen inzichten uit de sociale wetenschappen aanwenden om tot een gedifferentieerd vormingsaanbod te komen.
b. Inhoud. Eredienst: Elementaire homiletiek en liturgiek (historische ontwikkeling entheologische doordenking). Bezinning op en oefening van de manier waarop een concrete eredienst voorbereid kan worden en gebracht. Gemeenteopbouw: Bijbelse visie op gemeenteopbouw en ‘leren’. De kerk als ‘lerende’ gemeenschap. Diverse vormen van bijbelstudie. Toepassing van algemene didactische principes op de kerkelijke situatie Algemeen: Aandacht voor het taalgebruik, de omgang met de bijbel, de beschrijving van de werkelijkheid van de wereld/kerk/mens. Kennismaking met inzichten uit de moderne communicatiewetenschap die van belang kunnen zijn voor de communicatie van evangelie in eredienst en vormingswerk.
c. Didactische werkwijze. Hoorcollege, leergesprek en werkcollege waarbij door de cursisten uitgewerkte erediensten en vormingscursussen worden geoefend en besproken.
d. Leermiddelen. Een door de lector samengestelde handleiding voor het houden en analyseren van een preek, een syllabus rond het gemeenteopbouwwerk. Een bijbelstudie op zoek naar de doelstelling en zin van gemeenteopbouw. Een artikel over zin en doel van de preek in de eredienst. ‘Gemeente als Herberg’, Jan Handriks, Kampen, 1999. ‘Groepsgewijs’, Coert. H. Lindijer, Den Haag 1979. ‘Een huis naast de synagoge’, Maarten den Dulk, Zoetermeer,2000
e. Evaluatie. Na elk jaar een beoordeling van de bijdrage van de cursist aan het geheel van de cursus. Praktijkopdrachten: bespreken en evalueren. Literatuurlijst.
3.3 Catechetiek. T. Rutten Inleiding didactiek , psychologie en pedagogiek.
a. Leerdoelen. De studenten kunnen een catechese (voor verschillende leeftijden) uitwerken, de verschillende deelmomenten van deze voorbereiding verantwoorden en de deelvaardigheden in de praktijk toepassen. De studenten verwerven inzicht in het gedrag van volwassenen, kunnen zichzelf als pastoraal begeleider in de kerk en als opvoeder in relatie tot de catechisanten bevragen en situeren.
b. Inhoud. De volgende onderwerpen worden besproken en ingeoefend: - De vakdidactiek van leerprocessen. - Leerprocessen rondom geloven. - Hermeneutiek van het geloofsleren. - Het ‘opdoen’ van geloofservaringen. - Inleiding tot de psychologie en de pedagogiek. Deze onderwerpen sluiten aan bij de lessen die een inleiding tot de didactiek, de psychologie en de pedagogiek geven.
c. Didactische werkwijze. Van ieder onderdeel wordt eerst de theorie gegeven, gevolgd door een korte inoefening tijdens de les. Er worden telkens inoefentaken gegeven, die in de volgende les worden besproken. Schetsen van een theoretisch kader en bespreken van artikels.
d. Leermiddelen. ‘In de leerschool van het geloof’, Dr. G.D.J. Dingemans, Kok, Kampen, 1986. ‘Inleiding in de godsdienstpedagogiek’, Albert K. Ploeger, Kok, kampen, 1997.
e. Evaluatie. De studenten maken een samenvatting van de opgegeven literatuur, aangevuld met de voorbereiding van verschillende catecheses. De studenten bespreken artikels over interreligieuze dialoog en over voor de catechese relevant onderwerp. Stageopdrachten. Op het examen worden deze voorbereidingen en opdrachten besproken en geëvalueerd.
3.4. Diaconaat
a. Leerdoelen. De studenten verwerven inzicht in de (structurele) oorzaken van de noden van mensen en kunnen mogelijkheden tot (individuele) hulpverlening bespreken.
b. Inhoud. De plaats van het diaconaat binnen de praktische theologie wordt bestudeerd. Daarnaast wordt de diaconale praxis, zoals we daar zelf mee bezig in onze plaatselijke situatie, geanalyseerd. Aan de hand van een schema wordt een omgevingsanalyse gemaakt en de witte plekken in de praxis aangeduid.
c. Didactische werkwijze. Hoor- en werkcollege.
d. Leermiddelen. Achtergrondliteratuur en concreet werkmateriaal. ‘Barmhartigheid en Gerechtigheid. Handboek diaconiewetenschap’, Kok, Kampen, 2004. ‘Een theorie van de presentie’, Andries Baart, Lemma, Utrecht, 2001.
e. Evaluatie. Een schriftelijk examen over een opgegeven onderwerp.
3.5. Kerkleer E. Van der Borght Kerkrecht en kerkorde. J. Van den Berg
a. Leerdoelen. Inzicht verwerven in de leer van de kerk, in het bijzonder binnen de protestantse traditie. De studenten verwerven inzicht in en kunnen omgaan met de plaatselijke reglementen en de gewoonteregels, en de bepalingen in constitutie en kerkorde van de VPKB (eventueel andere vormen van kerkrecht).
b. Inhoud. De volgende onderwerpen komen aan bod: - De betekenis van de kerk in de relatie ven de geloofsgemeenschap met God, in het bijzonder het belang van de sacramenten en de ambten. - De relatie tussen de leden van de geloofsgemeenschap. - De betekenis van de kerk voor de wereld. - De principes van kerkrecht, - Korte geschiedenis van het kerkrecht, - Verschillende kerkrechtelijke systemen, - Ontstaan van kerkrechterlijke bepalingen.
c. Didactische werkwijze. Leergesprek met voorbereidend lezen.
d. Leermiddelen. Het deel ‘De nieuwe gemeenschap’ in ‘Christelijk geloof’, H. Berkhof, Nijkerk (Callenbach), 1985, 5e druk of later, p.335-413. Plaatselijke reglementen en gewoonteregels, constitutie en kerkorde van de VPKB
e. Evaluatie. Aan de hand van een samenvatting van het gelezen gedeelte een evaluatief gesprek. Het oplossen van een kerkrechterlijke casus.
4.7. Stage S. Ketelaar
a. Leerdoelen. De studenten ontdekken inzicht in en verwerven vaardigheden in het functioneren van de kerkelijk medewerker in de gemeente, zowel bij de verschillende aspecten van het uitvoeren van gemeentewerk als bij de bezinning hierover.
b. Stages. A-jaar: Min. één week meelopen met een predikant aan de hand van opdrachten/opdrachtvragen. B-jaar: Min. één week meelopen met een predikant aan de hand van opdrachten met nadruk op het eigen handelen. Uitvoeren van stageopdrachten. C-jaar: Stage, eventueel training, met bijzondere aandacht voor een deelaspect van de vaardigheden van de kerkelijke medewerker.
c. Evaluatie. De stages en de stageverslagen worden met de lector pastoraat besproken en geëvalueerd. De commissie van het predikambt wordt bij de eindevaluatie betrokken.
|
|
Last modified: 01/15/10 HIPGO-vcgo vzw, Gen. De Ceuninckstraat 65, 2800 Mechelen |