1.Doelstellingen
Het Hoger Instituut voor Protestants Godsdienstonderwijs (HIPGO) biedt:
- een algemene en theologische basisstudie: voor iedereen die vragen en thema’s over zingeving en geloof wil uitdiepen vanuit een protestants-christelijke invalshoek. De achtergronden van de bijbel worden bestudeerd en er wordt dieper ingegaan op de verschillende perspectieven van de christelijke traditie(s). Naast deze basisvakken zijn er twee praktijkgerichte specialisaties mogelijk:
- een pedagogisch-didactische specialisatie: voor iedereen die werkt met kinderen of jongeren (m.n. leerkrachten PEGO of kinder- en jeugdwerkers anderszins). Toerusting tot en bezinning op haar/zijn taak als christelijk opvoeder/leerkracht wordt geboden, ingebed in uitgebreid stage-pakket.
- een pastoraal-kerkelijke specialisatie: voor iedereen die actief is in de werking van een plaatselijke kerk of een regionaal kerkverband. Wie verantwoordelijkheid (al dan niet binnen een ambt of een bediening) draagt/wil dragen, wordt toegerust om haar/zijn engagement in de kerk te verdiepen en haar/zijn taak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren.
- een vorming voor gemeenteleden: elke module kan volgens persoonlijke interesse, behoefte of motivatie apart gevolgd worden.
2. Toelatingsvoorwaarden en vrijstellingen.
Het getuigschrift secundair onderwijs of een gelijkgesteld getuigschrift is vereist voor diegenen die zich als regulier student willen inschrijven met het oog op het behalen van een diploma. Studenten die reeds een pedagogisch of theologisch diploma bezitten, kunnen voor bepaalde vakken vrijstelling aanvragen in overleg met de betrokken lectoren en het pedagogisch college. Het volgen van de lessen blijft aangewezen.
3. Programma en diploma/getuigschrift.
De vakken zijn gespreid over 3 jaar: het A-, B- en C-jaar.
Het programma omvat een basispakket van algemene en theologische vakken, waarnaast gekozen kan worden tussen een pedagogisch-didactische en een pastoraal-kerkelijke richting, waarbij telkens een uitgebreide kennismaking met de praktijk is ingebouwd (stages). De maximale studieduur is op 9 jaar vastgelegd. In het C-jaar kan het slotexamen met eindscriptie worden afgelegd tot het behalen van het diploma leerkracht PEGO lagere graad (indien men de pedagogisch-didactische richting heeft gevolgd). Dit diploma geldt als vereist bekwaamheidsbewijs voor het lager onderwijs en een voldoende geacht voor het lager secundair onderwijs, 29/9/1990, besluit van de Vlaamse regering. Indien men de pastoraal-kerkelijke richting heeft gevolgd, verkrijgt men een getuigschrift basisopleiding theologie en kerkelijk werk (erkend bij schrijven van de voorzitter van de Synodale Raad der V.P.K.B, d.d. 26 februari 2004). De lessen hebben plaats op woensdagmiddag van 14u tot 18u in de Bollandistenstraat 40 te Brussel. De stages gaan door tijdens de lesuren op verschillende plaatsen. Er zijn 30 lesweken, van oktober tot mei, gevolgd door 6 examenweken. Indien het diploma behaald wordt, bedraagt het totaal aantal ECTS-punten 90, en kan de student op voorwaarde van het volgen van enkele schakelmodules instromen aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid, op het niveau BAC 2.
Het inschrijvingsgeld bedraagt 300 euro per cursusjaar of 15 euro per lesmiddag in het modulair systeem. Rekeningnummer HIPGO: 001-3155574-46.
4. Aan- en afwezigheden.
Tijdens de lessen is aanwezigheid vereist. De studenten tekenen de aanwezigheidslijst.
Indien een student afwezig is, wordt de lector vooraf verwittigd en de afwezigheid met een doktersbriefje gewettigd. De student bespreekt met de betrokken lector het inhalen van de gemiste lessen.
5. De opdrachten.
A-jaar 10 examens/taken & Observatiestage
B-jaar 10 examens/taken & Les/pastorale stage
C-jaar 6 examens/taken & Eindstage met examen
Eindscriptie met slotexamen
6. De examens.
De examens dienen afgelegd met voldoende resultaat* en de punten ingediend voor half juni van het lopende cursusjaar. De lector vermeldt telkens: de lector en de student, het jaar, het vak en onderwerp, de punten.
* Onder voldoende resultaat wordt begrepen:
60% op het totaal
50% voor de theoretische vakken
60% voor de scripties en stages.
De examenjury delibereert over deze resultaten. Bij een onvoldoende resultaat wordt een bijkomende taak opgelegd en volgt een bijkomende deliberatie. De studenten kunnen op basis van gegronde redenen uitstel van een examen aanvragen. Het pedagogisch college zal deze vraag behandelen.
7. Tussentijdse evaluatie.
Na de eerste 2 jaren wordt door het pedagogisch college in samenspraak met de inspectie, respectievelijk de commissie voor het predikambt een tussentijdse evluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstig leerkracht/kerkelijk medewerker opgemaakt. Deze evaluatie gebeurt op basis van de taken, examens, stages en inspectiebezoeken. Eventuele bijsturingen zijn op dat moment mogelijk.
8. Eindevaluatie.
In het C-jaar maken de studenten een theologische scriptie met een pedagogisch-didactische, resp. pastoraal-kerkelijke toepassing voor één van de hoofdvakken (OT, NT of geloofsleer). Voor de kerstvakantie dienen de studenten een uitgebreid schema in. De scriptie verdedigen zij in juni voor een examenjury. De inspectie/ commissie voor predikambt wordt eveneens gevraagd een eindbeoordeling van de lessen en het pastorale werk te geven.
Het diploma wordt toegekend op basis van de behaalde studiepunten van alle examens, taken en stages, de eindbeoordeling van de praktijk en de eindscriptie met slotexamen.
9. De lectorenvergadering.
De lectoren komen jaarlijks in juni samen om de vordering van de studenten en de verslagen van het pedagogisch college te bespreken. Mogelijke vragen en voorstellen kunnen steeds aan het pedagogisch college voorgesteld worden. De lectoren maken deel uit van de algemene vergadering.
10. Het pedagogisch college.
Het pedagogisch college of raad van bestuur bestaat uit de lectoren van de hoofdvakken, de verantwoordelijken van de twee richtingen, ondersteund door adviseurs met een raadgevende stem. Hieruit wordt één coördinator gekozen. De directie wordt gevormd door de coördinator en het pedagogisch college. Voor de didactische en kerkelijke richting worden telkens 2 verantwoordelijke aangeduid, die het goede verloop, de organisatie en beoordeling van de specifieke vakken en praktische stages volgen. Bovendien waakt het pedagogisch college over het doel en kwaliteit van het HIPGO en het bespreken van allerhande vragen, voorstellen en problemen.
11. Samenwerking met de inspectie (pedagogisch-didactische richting).
Indien de studenten reeds lesgeven zal de inspectie geraadpleegd worden in verband met de evaluatie van de lessen. Na de eerste 2 jaren wordt samen met de inspectie en het pedagogisch college een tussentijdse evaluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstige leerkracht opgemaakt. In het laatste jaar wordt de eindbeoordeling van de lessen mede aan de inspectie voorgelegd.
12. Samenwerking met de kerk (pastoraal-kerkelijke richting).
Indien de studenten actief zijn in een kerkelijke bediening zal de commissie voor het predikambt hierover geïnformeerd worden. Na de eerste 2 jaren wordt samen met de commissie en het pedagogisch college een tussentijdse evaluatie van de mogelijkheden van de student als toekomstig kerkelijk werker opgemaakt. In het laatste jaar wordt de eindbeoordeling van het kerkelijk werk mede aan de commissie voor predikambt voorgelegd.
|